top of page

Verslag WHO'S RIGHT Dialoog 2018

Vrouwen van Venus/Mannen van Mars

​

Een gesprek met migrantenvrouwen in Amira

 

 

‘Dames en heren, wil ik bijna zeggen. Maar ik zie alleen dames. Dus: dames.’

De vrouwen zijn van alle leeftijden. Moeders en oma’s. Er zit een kind van drie bij, met haar telefoon, maar die zal na een tijdje verdwenen zijn naar een andere zaal van dit buurthuis, Amira. We zitten aan een lange tafel op hoge statige stoelen. Op een andere vergadertafel staat koffie, hete melk en Marokkaanse thee en een schaal koekjes. Er is een meisje, jonge vrouw van rond de achttien, schat ik. De enige zonder hoofddoek. Zij is met haar zus en moeder mee. Totaal twintig vrouwen.

Ik introduceer de Mensenrechten. Dingen waar we allemaal recht op hebben, sinds 70 jaar. Welke van deze mensenrechten kennen ze, vraag ik.

Vrijheid van meningsuiting is bij iedereen het bekendst.

‘Het recht op werk!’ roept er een.

‘Je hebt recht op werk naar keuze, met een eerlijk loon,’ lees ik voor uit mijn eigen lijst van eenendertig rechten.

 ‘Je hebt recht op voldoende inkomen, zo nodig moet de staat voor je zorgen,’ ga ik verder.

Ze begrijpen dat een uitkering iets is waar we dus inderdaad recht op hebben. Niet overal ter wereld echter is dit natuurlijk in de praktijk haalbaar.

De dames vinden dat er wel veel misbruik van wordt gemaakt in Nederland. Bijvoorbeeld: ‘Als een Pool hier negen maanden komt werken en dan drie maanden een uitkering trekt en dan weer negen maanden werkt en zo verder gaat. Hij heeft er misschien wel ‘recht’ op, maar het patroon klopt niet,’ zegt een dame streng.

En tevens: De regels bij ouderen zouden moeten worden versoepeld. Ouderen van 45+ of 50+ kunnen soms onmogelijk een baan vinden. ‘Zij hebben last van diabetes of andere dingen. Ze kunnen niet meer achter de kassa! Ik kan toch niet 5,75 euro aan haar geven!’ Ze wijst naar de oudste vrouw van het gezelschap. ‘Laat dat jonge mensen doen.’

Het lijkt een kwestie van respect voor ouderen. ‘Al die aandacht die nu naar ouderen gaat, om ze allemaal activiteiten te verplichten, zou naar jongeren moeten gaan.’

‘Hebben ouderen dan meer recht op een uitkering, of meer recht op werk?’ vraag ik.

‘Nee, ze hebben recht op rust.’

Díe staat er ook in, zij het in een andere context: Mensen hebben recht op rust en vrije tijd.

In feite wordt gediscrimineerd op leeftijd. We moeten ouderen, die niet meer kunnen, met rust laten, vinden ze.

‘Maar waarom,’ vraag ik, ‘waar hebben zij recht op dan, eigenlijk?’ Ik doel een beetje op het woord gelijkheid.

Recht op welzijn! vindt een.

Recht op geluk! roept een ander.

Ik kijk in mijn lijst. Nergens staat recht op welzijn of geluk. Ik deel het ze mede. We hebben geen recht op geluk.

‘Nee, welzijn moet je zelf doen. Je moet positief denken!’

‘Als het niet lukt kun je bij de dokter een blauw pilletje vragen…’ ze lachen.

De randvoorwaarden zoals een huis, medische zorg, een baan, die heb je wel nodig - om gelukkig te kunnen zijn.

‘Daar heb je recht op,’ zeg ik verheugd.

Maar of je dan gelukkig bent… dat moet je zelf doen.

 

Sowieso, vinden ze, voor elk recht geldt: je moet er nog wel om vragen, je moet er iets voor doen. Je krijgt niks vanzelf.

 

Ook voor gelijkheid moet je soms vechten. Mannen en vrouwen zijn nog niet helemaal gelijk. Nog steeds is het zo dat mannen voor dezelfde functie meer betaald krijgen dan vrouwen. Zelfs in Nederland!

De vrouwen die dit nog niet wisten staan versteld.

 

‘Maar als dit nog niet zo is, waarom staat het dan in de lijst? Moeten ze die dan niet schrappen?’ roept er een verontwaardigd.

Ik vraag: ‘Moet het boek aangepast worden aan het land, of het land aan het boek?’

Er wordt wat gediscussieerd. Uiteindelijk moet het land toch echt het boek volgen. De rechten zijn er om nageleefd te worden.

 

We zijn ook niet helemaal gelijk, want er is nog wel discriminatie. Een deelneemster vertelt dat ze bij een kinderopvang solliciteerde, met haar Nederlandse achternaam. Maar nadat de opdrachtgever haar in levende lijve had ontmoet, met hoofddoek, wezen ze haar af met de reden haar ‘niet meer nodig’te hebben, maar namen ze toch iemand anders aan. Een Nederlandse.

Ook worden alle Jannen helaas nog altijd blind verkozen boven Mohammeds.

Een ander voorbeeld speelde bij de dokter.

Een amandeloperatie bij de KNO-arts dokter verliep niet goed. Veel bloed bij het jonge dochtertje. De arts noemde het ‘een pech-dag’ en was uiteindelijk boos geworden op de moeder.

‘Was dit discriminatie?’ vraag ik. ‘Of was het gewoon een vervelende dokter?’

‘Het is discriminatie, want er is een vooroordeel,’ wordt er uitgelegd. ‘Vaak worden vrouwen met hoofddoek direct weggezet als ‘weet niet veel’. Ze denken al bij voorbaar: ‘die is dom’.

Maar deze vrouwen hebben recht op respect.

‘Ik heb ook het recht om me te kleden zoals ik wil.’

‘Ik heb de vrijheid om zelf te kiezen.’ ‘Ik vind een hoofddoek gewoon mooi.’

Maar mensen kampen dus wel met vooroordelen. Zelfs in Marokko.

‘Wat moeten we hieraan doen?’ vraag ik. ‘Hoe zorgen we dat iedereen gelijk is en niemand meer vooroordelen heeft?

‘We moeten eerst iedereen de hersenen ‘spoelen’!’ roept iemand.

 

‘Hebben jullie dan geen vooroordelen?’ vraag ik.

‘Nee!’ wordt er gezegd. ‘Zelfs tegen homo’s heb ik geen vooroordelen. Mijn collega is een homo en ik sta altijd positief tegenover alle mensen.’

‘En de rest?’ vraag ik. ‘Hebben jullie geen vooroordelen over homo’s?’

‘Je hoeft homoseksualiteit niet te accepteren, maar je moet toch respect hebben voor de mensen,’ wordt er gezegd.

‘En het is geen vooroordeel als je zegt dat bepaalde ziektes meer voorkomen onder homo’s…’

Zo had ik het nog nooit gezien. Ziektes en homo’s. Je zou statistisch waarschijnlijk kunnen zeggen dat er meer HIV voorkomt bij homo’s dan bij hetero’s.

‘Maar toch is het een vooroordeel als je zegt dat homo’s ziektes zouden hebben, net als dat alle vrouwen met hoofddoek dom zouden zijn,’ zeg ik.

Er wordt instemmend geknikt.

 

Ook tussen mannen en vrouwen is er ongelijkheid, niet alleen ver weg, niet alleen op salarisniveau. Maar ook in huis.

Twee vrouwen geven een voorbeeld uit hun eigen verleden. Beiden zijn ze gescheiden van hun man, zeven en tien jaar geleden. Hun mannen dachten dat ze de baas waren. Ze mochten niks. Een schoonmoeder sloot haar zelfs op in huis.

Beide vrouwen waren terwijl ze zwanger waren weggegaan. ‘Het lag aan zijn familie-opvoeding… Hij dacht: “Ik ben de baas en jij moet je mond houden.” Zelf ben ik meer vrij opgevoed. Mijn dochter gaat voor, dus ik ga uit elkaar. Wel probeerde ik de band herstellen, maar dat lukt niet.’

De ander vertelt over haar depressie en het spreken met een psycholoog. Ze werd herboren, kon haar zwaktes loslaten en opnieuw beginnen. De therapie had haar zelfvertrouwen gegeven. Eerst zei haar man altijd: ‘Kijk díe vrouw doet alles; jij bent niks.’ En ze had het geloofd.

Hij wilde niet scheiden, want het was een ‘schande voor de familie’. Maar voor haar was het helder: ‘Ik zag geen leven met hem.’

Nare vechtscheidingen waren het gevolg, maar beide vrouwen waren nu trots en blij en straalden. 

 

Ik vraag: ‘Maar wat moet je dan doen in zo’n situatie, als je niet gelijk bent in je relatie?’

‘Hij moet je accepteren zoals je bent eigenlijk.’

‘Eerst vechten voor je huwelijk…’

‘Ja, waarom moet er altijd iemand de baas zijn?’

‘Je moet aan je relatie werken als man en vrouw. Hij kookt als ik laat werk.

Daarover moet je communiceren met je partner, maar dat ligt ook aan het karakter en de opvoeding van de man.’

‘Soms lukt dat niet, je kunt een man niet veranderen.’

Een van de dames heeft het boek gelezen Mannen komen van Mars en vrouwen komen van Venus. Dat heeft veel duidelijk gemaakt.

Verschillen tussen man en vrouw zullen er in alle culturen bestaan en vast altijd blijven bestaan, maar ongelijkheid, ongelijkwaardigheid binnen relaties, daarover kunnen we zeggen: je hebt het recht op gelijkheid. Gelijkheid is een mensenrecht.

​

​

15 oktober 2018.

Sabine Wassenberg

bottom of page